Gastblog: Show do(n’t) tell

Voor Leesclub van lettervreters De perfecte buren schreef ik een gastblog.

Over je eigen schouder zoenen en andere zaken die met zichtbaarheid te maken hebben.

‘Wat doe jij nou?’ Man en ik zitten al een paar uur met onze laptops tegenover elkaar aan de perobahoutentafel te werken, als hij plotseling met een grote glimlach over zijn scherm mijn kant op buigt.
Ik voel mijn wangen kleuren en leg de hand waarmee ik mijn gezicht aan het aaien was, snel naast mijn toetsenbord. Dat ik net mijn blote schouder zoende, helpt niet echt om de hitte uit mijn gezicht te krijgen. Man en ik zijn al behoorlijk lang samen, maar sommige dingen kun je beter alleen doen. Je inleven in je personages bijvoorbeeld. Want ik kan wel bedenken dat mijn vrouwelijke hoofdpersoon het fijn vindt als haar schouder vluchtig wordt gekust, maar wat ze met haar hoofd doet op zo’n moment moet ik echt even testen. Zo ben ik net ook opgesprongen, om het effect van ‘stokstijf stilstaan’ in mijn eigen lichaam te voelen.
‘Show don’t tell,’ mompel ik. ‘Even kijken of het wel klopt wat ik op papier zet.’ Ik laat mijn vingers snel weer verder razen. Als ik op dreef ben, tik ik zo hard dat je me door het hele huis hoort, maar daar is grote liefde aan gewend.
‘Aha,’ zegt hij nu. ‘Zullen we het stukje dat je net hebt voorgelezen dan ook maar even testen?’ Zijn ogen flonkeren. ‘Dan kun je nieuwsgierige lezers vertellen dat je álles zelf hebt geprobeerd.’
Ik knipoog naar hem en verplaats mijn aandacht terug naar Ivy, de hoofdpersoon in mijn roman.

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder. Ik hoef Ivy niet meer zichtbaar te maken voor mijn lezers. Dat traject ligt achter me. Op 10 juni is mijn debuut ‘Een ondertoon van liefde’ verschenen. Nu mag ik mezelf presenteren. Want er zijn nog veel te weinig mensen die Kate Paris kennen. Tijdens mijn eerste signeersessie na de officiële presentatie word ik met mijn neus herhaaldelijk op dat feit gedrukt.
‘Stap op de mensen af,’ moedigt de sympathieke eigenaar van de Librisboekhandel in Oosterbeek me aan. ‘Als je niets doet, gebeurt er ook niets.’
Dus schiet ik met trillende benen de eerste bezoeker aan. Godzijdank reageert ze vriendelijk. Ze luistert naar mijn twee-minuten-pitch én ze neemt mijn boek mee. Het geeft me de moed om ook de volgende klant te benaderen.

Debuteren stopt niet bij de publicatie van je boek. Dat wist ik wel, maar nu voel ik het ook. Zichtbaarheid is het sleutelwoord. En alleen ‘showen’ is daarbij niet genoeg; ik moet ook vertellen. Dus zet ik me over mijn onzekerheid heen en praat met alle mensen die naar me willen luisteren. Ze zijn zo belangrijk, deze mensen. Net als de directeur van de boekhandel en zijn medewerkers, die me de signeersessie laten houden. Net als de bloggers die meedoen aan de blogtour die uitgeverij Tinteling Romance heeft georganiseerd. Iedereen die wil helpen om mijn roman te laten zien, kan ik wel zoenen. Want dankzij hen krijgt mijn debuut de kans om gezien te worden. En gelezen. Dat is uiteindelijk toch wat je als schrijver het liefst wil, je verhaal in handen van zo veel mogelijk tevreden lezers.
‘Ik ken jou niet,’ zegt een dame aan het eind de middag, terwijl ze mijn poster bestudeert.
Nu schrik ik er niet meer van. Ik pitch mijn roman nog een keer. Ze koopt hem niet. Maar dat is niet erg, want mijn kaartje neemt ze wel mee en daardoor zijn mijn debuut en ik toch weer een beetje zichtbaarder geworden.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *